Marty's Hoekje

loading...
A A A

Tsja, als we dan toch in de week zitten van moeilijke woorden en onbegrijpelijke verwijzingen begin ik er ook maar aan; Alius Sonus- een ander geluid.

Ons geluid zou bij de befaamde kwis van Q-music niet moeilijk te raden te zijn. Een combinatie van gekerm, piepende spieren, krakende  gewrichtsbanden en rammeldende botten. We staan dik onderaan en we kunnen er allerlei hoogdravende analyses op loslaten, maar als je verliest ben je daarvoor vergeten te winnen. Bijna Cruijferiaans. Ongeveer zoals Hans ooit zei; “als de bal aan de overkant op de grond ligt komt hij niet meer terug.” Een wijs man.

7 jaar geleden begon ik met zo nu en dan een verhaal te schrijven. We waren net gedegredeerd uit de 1eklasse en voelde ons thuis in de 2e. Nu, jaren later dreigt ongeveer hetzelfe. Misschien lukte het schrijven daarom niet. Of ligt het aan de zaal? Een bevlogen pleidooi om van de Amerena te gaan houden heeft nog niet geleid tot een warme relatie. Eerder een koele. De zaal is soms zo koud dat bij een frissie wind onder de spelverdelerspositie de bal als een ijsblok in de handen valt. Spelen met een druppel aan de neus. Dat verklaart de voorzichtigheid van Maarten. Er ligt gewoon een bevroren plasje klam zweet en hij wil een uitglijpartij voorkomen. Voor je het weet doet de rug zeer en moet hij weer naar zijn Thaise dame.  Bij het naderhand douchen blijven we warm door in looppas achter elkaar aan de douches aan te klikken. De enige manier om een beetje warm water te krijgen. 

Nee, het andere geluid vond ik in de kantine, waarvan de naam nog altijd niet is bedacht. Daarover later meer.

Dames 4 nestelde zich aan de tafel naast ons. Net als in de stemhokjes bleek dat de  jeugd het beeld bepaalde. Een Baudeteriaanse ontwikkeling?  In dit team gelukkig geen Hollandse prediker met termen uit de Duitse romantiek. Vreemd trouwens als je in de speech refereert aan de verheerlijking van het noord-europese, terwijl hij zelf een naam heeft die zo op een straatnaambordje in Zuid-Frankrijk zou kunnen staat. Maar anders waren de namen in Dames 4. Hoe dan? Wat te denken van namen als Giovanna. Niet ni, want, dat is de mannelijke kant. Zomaar geleerd. Leuk toch? Een Italiaanse? Nee hoor. Ouders die zin hadden om eens exotisch te doen. Verder een overdaad aan Fries bloed met stoere namen als Reinou. Klinkt alleen al robuust. Of wat te denken van Kik. Geïmporteerd uit Friesland of niet, dat was nog effe de vraag. Een jonge dame van amper 25 en gewoon welkom, met een hart in de vorm van een pompebled.  Geboren in het jaar dat Feije en ik bij elkaar in het team kwamen. In dit team zitten echte Friezen, nep Friezen en een aangetrouwde Fries bij elkaar. Niks oikofobisch aan te merken. Weliswaar geen Bûter brea en griene tsiisvoor hen,  maar cake. Overijverig zelfgebakken nog wel. Omdat Maartje jarige was. Lief toch. Tsja, met zo’n naam blijft het toch een beetje boreaal. Weer een ander was de tijdelijke invaller op midden. Dat vond ik dan weer sneu. Je bent al een invaller,  dan nog tijdelijk en ook op midden. Deed me een beetje denken aan Tete bij oranje. En dan de regeldames niet te vergeten, want iemand moet toch de wedstrijden van H2 verzetten. Een andere dame waarvan er iets uit Wageningen of Amsterdan is blijven hangen. Ik weet niet meer wat, maar in beide gemeenten stond Groen Links bovenaan. Zal toch een gesprek over FvD geweest zijn. Tussen dat alles zweefde Paulien als een uil van Minerva. Geen verwijzing dit keer, want daar heb ik een Hegel aan. Wijsheid komt met de jaren. De verbindende factor van het team. Verder had iedereen wel iets te zeggen. Geen gevalletje “Carolien!!!” aan deze tafel. Ik voelde me gelijk thuis. Ook iedereen een mening, genoeg te eten aan de bar, alcoholische versnaperingen en net als wij bungelen ze ook ergens onderaan in de competitie. Ik voel meteen een band.

Geweldig team dus. Binnen de oer-hollandse vereniging Wilhelmina was het een bonte verzameling van karakters, meningen, kleurijke namen. Is er dan geen kritische noot? Jawel, ze waren allemaal al vroeg vertrokken. De bar was leeg, de lampen weer fel en het zag eruit alsof de volgende vergadering al weer werd voorbereid.

Ik reed naar huis en trooste me met de gedachte dat het team besloten had met elkaar de stad in te gaan. Doordraaien tot de kleine uurtjes, wegkwijnend in het beklag van verlies, maar proostend op de saamhorigheid. Dan de volgende ochtend wakker worden met de fles vol berouw nog in de handen.

Jong of oud, Fries of niet, bûterbrea of kleffe bitterbal, politiek links of rechts, klein of groot, allemaal spelen we in het zelfde shirt. Allemaal mogen we er zijn, leren en groeien we van elkaar. Alleen eronder zijn we zo pluriform als wat en dat zie je pas als je elkaar echt tegenkomt. Dus komop! Geef die kantine een naam, kleed hem aan, maak er een gezellige boel van en we leren elkaar nog beter kennen. Zoals ik D4 leerde kennen. Zolang er maar geen rare verwijzingen in de naam komen en we het De Bunker gaan noemen of zoiets. En omdat wij toch meerder teams onderaan staan stel ik voor : Bottoms Up.

 

Marty